Midden in Centraal Anatolië, in een gebied dat of kurkdroog is of overspoeld wordt door overstromingen, bouwden de Hettieten hun hoofdstad met imposante tempels en een groot paleis. Ze legden archieven aan vol spijkerschrifttabletten over religieuze rituelen in verschillende talen. De Hettitische koningen dankten hun rijkdom aan handelsroutes tot ver buiten de landsgrenzen. Hun legers kwamen tot diep in het huidige Irak, en hun conflict met de Egyptische farao Ramses II mondde na de Slag bij Kadesh uit in het eerste vredesverdrag ter wereld. (Dit wordt als de eerste vorm van diplomatie gezien) Waarom de Hettieten – rond 1180 v.C. – ineens verdwenen is een van de grootste raadsels in de geschiedenis. Pas 3000 jaar later kwamen wetenschappers deze vergeten beschaving op het spoor. Hattusha werd in 1831 n.C. ontdekt en vanaf 1906 vinden er opgravingen plaats. Op dit moment is er nog maar een klein gedeelte van deze hoofdstad van de Hettieten blootgelegd.
Tussen stadspoorten, rotskamers en tempels wandel je door duizenden jaren geschiedenis. Je vindt hier geen zuilen of hoge muren; de ruïnes zijn alleen nog herkenbaar aan hun stenen funderingen en zelfs deze zijn overwoekerd door verdord gras. Wel zijn er nog een paar stadspoorten intact gebleven, bewaakt door beelden van leeuwen, sfinxen en een goden. Maar verder staat er weinig meer overeind. De invloed van de Egyptenaren zie je duidelijk als je van de hoge naar de lage stad via een smalle traploopt, die in een piramide ligt. Vervolgens loop je door een tunnel en kom je weer terug in de stad.
UNESCO riep Hattusha in 1986 uit tot werelderfgoed maar de stad is niet erg bekend en er zijn dus nauwelijks toeristen.
Na de bezichtiging van de stad en het maken van meer dan 100 foto's is het tijd voor een lunch. Op ons verzoek brengt de jonge gids ons naar een plek waar we in een houten tuinhuisje genieten van een heerlijke maaltijd.