Eind januari rijden we op vrijdag opnieuw naar Kapadokya. Onderweg besluiten we om de ondergrondse stad Derinkuyu te bezoeken. Geen idee wat ons te wachten staat. We rijden een klein dorpje in en zo te zien zijn we op de juiste plek want ja hoor, er staat een bus waar net een grote groep toeristen instapt. Het is even zoeken waar de ingang van deze ondergrondse stad is want in tegenstelling tot de maanden april t/m oktober is er op die ene bus na niet veel te doen. We laten onze museumkaart zien en dan lopen we de tunnel in naar de ondergrondse stad die in 1963 door een inwoner is ontdekt bij het slopen van een muurtje in zijn huis. De gevolgen zijn gigantisch, het blijkt de grootste ondergrondse stad ter wereld te zijn, 85 meter diep en met ruim 18 verdiepingen, zo'n 10-17 duizend jaar oud. Er zijn 8 verdiepingen open, verbonden met elkaar door tunnels en trappen. Elke ruimte heeft zijn eigen functie. De tunnels kunnen met een soort molenwiel gesloten worden. In het begin kan je rechtop de tunnel inlopen maar al gauw wordt het bukken en kan je elkaar niet passeren. Dames met lange jurken hebben veel moeite om deze omhoog te houden, goed te kijken waar ze hun voeten neerzetten en vervolgens ook nog te bukken. Deze dames zie je dan ook gauw terugkeren naar de uitgang. Wij lopen een tijdje van de ene ruimte naar de andere maar op een gegeven moment krijg ook ik het benauwd en besluit dat het wel genoeg is geweest. Als je claustrofobisch bent is dit een No Go! Ik had het niet willen missen maar ook voor mij is één bezoek wel genoeg. We lopen nog even naar een oud Grieks orthodox kerkje maar deze is helaas gesloten.